Werkdruk bespreekbaar maken? Uitleg over de CAO Primair Onderwijs

 In pdf beschikbaar door op bovenstaande afbeelding te klikken

In pdf beschikbaar door op bovenstaande afbeelding te klikken

In mijn coachingspraktijk werk ik veel met mensen die een hoge werkdruk ervaren. Een groot deel daarvan is leerkracht in het basisonderwijs.
Werkdruk ontstaat als de werkbelasting groter is dan de belastbaarheid van de persoon. Op die belastbaarheid heb je als mens zelf invloed, die gaat over jou als persoon. Jouw verleden, karakter, hoe je met dingen omgaat en beleving, spelen hierbij een rol.

De werkbelasting in het Primair Onderwijs is een ander verhaal. Daar is je invloed als leerkracht een stuk kleiner op. Er is momenteel veel over te doen, veel leerkrachten zijn hier zelfs voor gaan staken op 5 oktober en gaan dat 12 december weer doen. We hopen met elkaar dat dit effect gaat hebben en er in de nabije toekomst wat zal veranderen. Moeten we hierop wachten? Nee, zeker niet.

Ik ben van mening dat je de werkbelasting  juist nu al bespreekbaar kan maken op school. De basis moet namelijk wel kloppen. De uren die je betaald krijgt, moeten voldoende kunnen zijn om het werk in te doen, arbeidsomstandigheden moeten in orde zijn en de regels, zoals de CAO PO ondermeer voorschrijft, moeten ook nu al gevolgd worden.

Als leerkracht je werkdruk bespreekbaar maken, is makkelijker als je zelf de CAO PO kent. Je kunt dan goed aangeven hoe het staat met de werkbelasting, wat er bij jou op school goed geregeld is en wat er anders kan of moet.
De CAO kennis is regelmatig niet up to date bij leerkrachten en directeuren. Dat is ook niet zo gek, want deze cao telt 420 bladzijden en alleen de inhoudsopgave is al 20 pagina’s. Bij veel leerkrachten heeft het de interesse ook niet, ze vinden het maar gedoe en dat is jammer. Juist omdat werkdruk voor iedere persoon anders ligt, is het goed om objectief naar werkbelasting te kijken

In dit artikel wil ik een aantal belangrijke zaken uit de CAO PO uitlichten die je kunnen helpen goed voorbereid het gesprek aan te gaan. In begrijpelijke taal, zodat jij het weer aan je collega’s, directeur of bestuurder kunt uitleggen.

De onderwerpen die aan bod komen

De werkuren en je werktijdfactor
40-urige werkweek
Taakbeleid; basismodel of overlegmodel
Normjaartaak
Opslagfactor
In deeltijd werken
Duurzame inzetbaarheid
Professionalisering
Zwangerschapsverlof
Ouderschapsverlof
Salarisdoorbetaling bij ziekte

De werkuren en je werktijdfactor (artikel 2.2 t/m 2.4 CAO PO)

De CAO schrijft voor dat een fulltime leerkracht 1659 uur per jaar werkt. Daarnaast heeft de fulltime leerkracht 428 verlofuren, inclusief de feestdagen. De werktijdfactor (wtf) die je hebt vermenigvuldig je met 1659 uur en je weet hoeveel uur je per jaar moet werken.
Dit zijn je totale werkuren, inclusief lesuren, voorbereiding, nawerk, ouderavonden, vergaderingen, studiedagen, nascholing, etc. Al je activiteiten vallen hieronder, ook als ze s’avonds zijn. Deze uren staan, als het goed is, vermeld op je normjaartaak.

Er staat niet in de cao dat al deze uren op school gewerkt moeten worden. Dat kan wel staan in het beleid van je stichting of school. Dat staat meestal in het taakbeleid of in het werkreglement, waarin ook de rusttijden, oftewel pauzes staan. Pauzes waarin je op kinderen moet letten, tellen niet als rusttijd voor jou. Tijdens rusttijd moet je, bij wijze van spreken, boodschappen kunnen doen. Bij een werkdag langer dan 5,5 uur heb je recht op 30 minuten pauze, of 2 x 15 minuten tussen 10 uur en 14 uur.
De PGMR of de PMR (Het personeelsdeel van de Medezeggenschapsraad dan wel de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad) moet met de afspraken hebben ingestemd.
Vanaf 1 augustus 2015 worden werktijdfactoren vastgelegd in hele uren per week met een minimum van 8 uur. De werktijdfactor wordt als volgt berekend: werkuren per week/ 40, oftewel minimaal 8/40 = 0,2 wtf.  
Werkte je al voor 1 augustus 2015 in het Primair Onderwijs, dan wordt je werktijdfactor door de nieuwe CAO niet anders.

Bespreektip:

Zijn jullie als team gewoon om veel werkzaamheden thuis te doen en willen jullie dit graag voortzetten? Laat dan in het werkreglement opnemen dat het is toegestaan thuis te werken, voor zover dat kan, en deze uren onderdeel zijn van de 40-urige werkweek. Je kunt dan niet verplicht worden 40 uur per week op school aanwezig te zijn. Het aantal uur dat thuis gewerkt mag worden is het beste vast te leggen als percentage van de aanstelling. Bijvoorbeeld 15% van de te werken uren mag thuis plaatsvinden. Op een werkdag van 8 uur is dat 1 uur.
Het is fijn als er ruimte is voor de individuele collega’s om daar te werken waar zij het meest productief zijn. Voor de een is dat thuis, waar er geen kinderen of ouders kunnen binnenlopen. Voor de ander is dat op school, omdat daar alle spullen bij de hand zijn en er een duidelijke scheiding is tussen werk en privé.

40-urige werkweek (artikel 2.2 t/m 2.4 CAO PO)

In de CAO PO staat sinds 2014 - 2015 de 40-urige werkweek beschreven. Deze is per 1 augustus 2015 uiterlijk ingegaan op alle scholen.
In een werkreglement, goedgekeurd door de PGMR en PMR,  moet worden vastgelegd wat de arbeids- en rusttijden zijn. Er is niet in de cao vastgelegd dat sprake moet zijn van 5 gelijke dagen of dat een werkdag een maximaal aantal uur mag zijn. Men kan bijvoorbeeld kiezen voor 5 x 8 uur, maar ook voor 8,5 uur per dag en op woensdag 6 uur, of zelfs voor elke dag een ander aantal uur.
Voor een fulltimer met werktijdfactor 1 betekent dit dat per jaar 41,48 weken gewerkt wordt, namelijk 1659 / 40 uur =  41,48 weken. Waarbij de meeste scholen voor de kinderen uitgaan van 39,22 lesweken, betekent dit ook werken in de schoolvakanties.
Hiermee wordt een poging gedaan de hoeveelheid werk te verdelen over meerdere weken, zodat de hoeveelheid werk per week omlaag gaat. Om dit in de praktijk te laten slagen, moet goed worden nagedacht over een andere planning en organisatie van het werk. Om bijvoorbeeld rapporten maken naar een schoolvakantiedag te kunnen verplaatsen, kunnen deze pas na de schoolvakantie worden uitgereikt in plaats van ervoor.

Bij de 40-urige werkweek is het de bedoeling dat niet meer dan 40 uur gewerkt wordt. Is er in een week een ouderavond gepland die 2 uur duurt, dan moet er ruimte zijn om af te wijken van het werkreglement en eerder die middag of een andere dag die week 2 uur eerder naar huis te gaan dan gebruikelijk.
Op deze wijze worden de werkuren verplaatst en is geen sprake van overwerk. In de praktijk is dit vaak lastig, omdat hierdoor andere werkzaamheden blijven liggen, of overleggen en vergaderen niet mogelijk is. In dat geval kan sprake zijn van overwerk.
Overwerk ontstaat als de werkgever, bijvoorbeeld je directeur, je opdraagt extra werkuren te maken bovenop de 40 uur. In het geval van de ouderavond, kunnen deze uren door je directeur als overwerk worden bestempeld. In dat geval, zegt de cao dat deze uren gecompenseerd moeten worden in dezelfde periode tussen twee schoolvakanties (vakanties inbegrepen). Als er in de schoolvakantie een werkdag gepland staat, mag deze bijvoorbeeld 2 uur korter duren.
In de praktijk zorgt de overwerkregeling ervoor dat het aantal te werken dagen in schoolvakanties vermindert.

Bespreektip:

Leg binnen een school voorafgaand aan het schooljaar als de jaarplanning wordt besproken, met elkaar vast of een avondactiviteit als overwerk geldt of als verplaatsing van de werkuren in dezelfde week. Dit voorkomt discussies achteraf.
Als er behoefte is in het team om vooruit te plannen en inzicht te hebben, kan vooraf worden vastgelegd op welke dag men eerder naar huis gaat die week ter compensatie van de ouderavond. Het is niet verplicht.  

Taakbeleid; basismodel of overlegmodel (artikel 2.8 t/m 2.14 CAO PO)

De CAO PO geeft werkgevers de mogelijkheid om voor het taakbeleid te kiezen uit het basismodel en het overlegmodel. Bij beide modellen maken de werkgever en het team afspraken over het totaal aan overige werkzaamheden dat binnen de school moeten worden uitgevoerd. Daarbij houden zij rekening met de totale beschikbare formatie en de (on)mogelijkheden om binnen de beschikbare formatie de gewenste taken uit te kunnen voeren.
Daarnaast is bij beide sprake van individueel overleg tussen directeur en medewerker over de invulling van het dienstverband, zoals werkzaamheden, werkdagen, werktijden, de jaarkalender en professionalisering.
Het is belangrijk te weten voor welk model je school of stichting gekozen heeft, omdat er ook belangrijke verschillen zijn.

De verschillen op een rij:

  • In het basismodel is sprake van een maximale lessentaak van 930 uur (op fulltime basis, bij deeltijders geldt naar rato), in het overlegmodel niet. Meer uren lesgeven kan alleen bij individuele overeenstemming hierover voorafgaand aan het schooljaar;

  • In het basismodel is sprake van een tabel als richtlijn om het aantal dagdelen dat een parttimer inzetbaar moet zijn per week te bepalen;

  • Het overlegmodel kan slechts worden ingevoerd na een invoeringsprocedure langs GMR en PMR. Ook moet een meerderheid van de medewerkers op een school instemmen.
    Dit moet elke 3 jaar opnieuw gebeuren. Lukt het niet om instemming te krijgen, dan geldt het basismodel;

  • In het overlegmodel geldt een individuele opslagfactor (zie opslagfactor) in plaats van een algemene. Deze kan van veel factoren afhangen, zoals bijvoorbeeld groepsgrootte, ervaring van de leerkracht, aantal zorgkinderen, etc. Welke factoren moet worden vastgelegd in het invoeringsplan op school, welke door PMR en de meerderheid van het personeel is vastgesteld.

Er zijn, zoals je ziet, voorafgaand aan het schooljaar in beide modellen een hoop zaken die besproken en vastgelegd moeten worden. Zowel op teamniveau als op individueel niveau.
De CAO PO probeert met de keuze voor basis of overlegmodel het mogelijk te maken dat elk team de CAO inzet op een manier die voor dat team werkbaar is. Er is ruimte voor eigen invulling en verschillen tussen leerkrachten, bijvoorbeeld omdat sommigen een grotere groep hebben met veel zorgleerlingen en anderen een kleine groep. Diversiteit, daar draait het om. Het biedt ruimte om leerkrachten dat te laten doen waar ze goed in zijn en wat er op dat moment voor de groep of de school nodig is.

Bespreektip:

De invulling van de werkzaamheden mag per leerkracht verschillen, zowel in de omvang van de lesuren als in de opslagfactor. Als je de opslagfactor afhankelijk maakt van de groepsgrootte en het aantal zorgleerlingen, vergeet dan ook niet om de opslagfactor te verlagen bij kleine, homogene groepen. Zo ontstaat bij de leerkrachten met een kleine groep ruimte om meer taken te doen.
Hoe mooi zou het zijn als elke leerkracht die werkzaamheden kan doen, die haar of hem de minste werkdruk geven? Dat zijn de werkzaamheden die passen bij de belastbaarheid van de persoon. Bijvoorbeeld  liever meer les en minder commissies, of liever minder les en veel zorgtaken.

Normjaartaak  (artikel 2.3.3 & 2.9 of 2.14 CAO PO)

De term Normjaartaak staat niet letterlijk in de CAO beschreven, maar wordt sinds jaar en dag in het onderwijs gebruikt om in vast te leggen wat een individuele medewerker binnen zijn jaartaak van 1659 uur aan werkzaamheden moet doen.
In de CAO staat: Voor het onderwijsgevend personeel bestaat de toedeling van werkzaamheden uit lesuren, vermeerderd met tijd voor voor- en nawerk/de opslagfactor, professionalisering en overige taken. De overige taken worden gezamenlijk besproken (zie ook paragraaf taakbeleid).
Bij veel scholen en besturen wordt gewerkt met een digitale normjaartaak. Hiervoor zijn computerprogramma’s, maar ook excel wordt vaak gebruikt. Wat men ook gebruikt, het is belangrijk dat het op de juiste wijze wordt ingevuld en er geen werkzaamheden worden vergeten.
De normjaartaak moet jaarlijks voor de zomervakantie tussen directeur en medewerker worden vastgelegd. In het basismodel is dit met name van belang als er sprake is van een overschrijding van de 930 lesuren, omdat dit individueel schriftelijk moet worden vastgelegd volgens de cao.
Het totaal aan uren in de normjaartaak mag niet boven de 1659 uur uit komen. Is dit wel het geval, dan moeten er taken worden overgeheveld aan anderen of worden geschrapt. Wel is het mogelijk om per onderdeel meer dan de voorgeschreven uren in te vullen, mits dit ergens anders wordt gecompenseerd. Bijvoorbeeld in een jaar meer lesuren met voor- en nawerk en dan geen schooltaken.

Bespreektip:

Is er binnen een school sprake van dat alle medewerkers meer uren in hun normjaartaak hebben staan dan ze werken? Ga met elkaar in gesprek over het schrappen van taken. Dus niet via een kaasschaafmethode alle uren op papier omlaag brengen, maar echt dingen niet meer doen, met minder mensen per commissie doen of uitbesteden aan ouders of vrijwilligers.

Vooral in kleine teams is het aantal schooltaken, zoals commissies en werkgroepen, in verhouding groter dan op een grote school. Het verlagen van de uren per commissie is meestal geen reële optie, omdat in de praktijk dit soort dingen vaak minder efficiënt uitgevoerd kunnen worden dan op papier bedacht.
Samenwerking met andere kleine scholen zoeken en dingen samen doen, kan een goede optie zijn.

Opslagfactor (artikel 2.13 en 2.14 CAO PO)

In de CAO wordt alleen in het overlegmodel gesproken over de opslagfactor. In het basis model wordt wel gesproken over voor-en nawerk bij lesuren en dat is ongeveer hetzelfde.   Uit de CAO: Aan het geven van les en het verzorgen van lesgebonden en/of behandeltaken is voor- en nawerk verbonden. Deze uren worden uitgedrukt in een opslagfactor. De opslagfactor wordt vastgesteld tussen 35 % en 45 % van de lesuren. In de praktijk wordt de term opslagfactor op de meeste scholen gebruikt.
Wat wel en niet onder een opslagfactor valt, verschilt per bestuur en soms zelfs per school. Hierover worden in samenspraak met PGMR en PMR afspraken gemaakt. Je kunt denken aan: lessen voorbereiden, nakijken, oudercontacten, klassenmanagement, administratie, rapporten voorbereiden, maar ook aan ouderavonden, bouw-vergaderingen en leerling contacten na schooltijd.  
In het overlegmodel staat expliciet beschreven dat de opslagfactor afhankelijk kan zijn van groepsgrootte, zorgleerlingen en belastbaarheid en ervaring van werknemers. In het basismodel kan dit ook, al is het nog niet gebruikelijk.

Bespreektip:

Als twee leerkrachten samen een klas bemannen verdelen zij het totaal aantal lesuren, dat spreekt voor zich. Wil de opslagfactor op deze lesuren voldoende zijn om het werk in te kunnen doen, dan is het verstandig ook de ouderavonden, rapporten en oudercontacten te verdelen. Allebei altijd aanwezig zijn bij contacten met ouders, legt een flinke tijdsclaim op de opslagfactor.

Een voorbeeld hiervan uit de praktijk
Twee leerkrachten werken samen op een school die volgens het basismodel werkt. Hun verdeling als ze alle vergaderingen en oudergesprekken samen doen:

leerkracht                                              A                                 B

wtf                                                        0,70                              0,38

werkuren                                                1160                               624

lesuren                                                   650                               350

opslagfactor 40% in aantal uren                260                               140

waarvan vergaderingen en oudergesprek       64                               64

over aan voor en nawerk in uren                  196                               76

% voor en nawerk over                              30%                             22%

Er zijn moverende redenen om dit wel gezamenlijk te doen. Deze kunnen zowel namens de school als individueel zijn. Als de directie bepaalt dat deze bijeenkomsten gezamenlijk moeten worden bijgewoond, dan kunnen hiervoor extra uren worden opgenomen in de normjaartaak. Als het een individuele keuze betreft, namelijk dat jij van mening bent dat dit prettiger voor je werkt, dan is het ook een keuze hier eigen tijd in te stoppen. Jij kunt zelf bepalen of je dat vervolgens wel of niet gaat doen.

In deeltijd werken (artikel 2.3 en 2.6 CAO PO)

Het recht om in deeltijd te werken staat vastgelegd in de CAO. Sinds de CAO 2016-2017 geldt voor nieuwe dienstverbanden een minimale aanstelling van 0,2 werktijdfactor, oftewel 8 uur, tenzij sprake is van tijdelijke vervangingswerkzaamheden.
In de CAO staat wel een voorwaarde genoemd, namelijk voor zover passend in zijn formatiebeleid en daarbij rekening houdend met onderwijskundige en schoolorganisatorische belangen en met de individuele belangen van de individuele werknemer. In de praktijk betekent dit dat werkgever en werknemer er samen uit moeten komen, waarbij de werkgever kan aangeven wat organisatorisch haalbaar en wenselijk is. Zo mag een bestuur vastleggen dat sprake moet zijn van een hogere minimale aanstelling, of alleen van volledig gewerkte dagen. Hier biedt de CAO PO ruimte voor.

Bespreektip:

Het genoemde voorbeeld in de vorige paragraaf over urenbesteding van deeltijders is op meer momenten van toepassing. Er wordt nu eenmaal veel in deeltijd gewerkt en de CAO PO is gemaakt met een fulltimer in het achterhoofd. Er staat duidelijk aangegeven in de CAO of iets naar rato van de werktijdfactor geldt of absolute uren betreft, maar in de praktijk is het niet altijd werkbaar. Denk bijvoorbeeld aan een tijdrovende teamscholing die elk teamlid moet volgen, duurzame inzetbaarheid in de vorm van verlof en ouderschapsverlof. Dit vraagt om creatieve oplossingen. Deeltijders met een kleine werktijdfactor kunnen bijvoorbeeld extra uitbetaald worden om de teamscholing te kunnen volgen.

Duurzame inzetbaarheid (hoofdstuk 8A CAO PO)

Iedere werknemer heeft 40 uur naar rato per jaar te besteden aan duurzame inzetbaarheid. Een definitie geeft de cao niet, maar in begrijpelijke taal zou ik zeggen:
Duurzame inzetbaarheid betekent dat medewerkers in hun werkende leven doorlopend in staat blijven hun huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn uit te voeren en hierin voldoende kunnen blijven functioneren. De werkomgeving en omstandigheden moeten hieraan bijdrage, evenals de houding en motivatie van de medewerker."

Kortom een breed begrip, waarin je jouw eigen keuzes kunt maken. In de cao worden hier voorbeelden van gegeven, zoals studieverlof, coaching, oriëntatie op mobiliteit en peerreview, oftewel leren van elkaar. Je kunt ook een andere keuze maken, zolang je aan je leidinggevende maar kunt uitleggen hoe dit bijdraagt aan jouw duurzame inzetbaarheid. Voorafgaand aan het schooljaar overleg je met je leidinggevende wat je in deze uren wilt gaan doen. Ze zijn onderdeel van je normjaartaak. Er is een mogelijkheid om de uren gedurende 3 jaar te sparen voor een vooraf bepaald doel, zoals bijvoorbeeld een mobiliteitstraject of studieverlof. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd en aangepast worden in de normjaartaak in die jaren.

Startende leerkrachten
Startende leerkrachten hebben de eerste 3 jaar, mits ze qua salaris nog onder trede 4 van hun schaal zitten, recht op 40 uur naar rato extra. Ze krijgen dit om hun werkdruk te verlichten. Ze kunnen in die uren zich extra voorbereiden en inlezen, kijken bij een collega, zich laten coachen, etc. Deze uren kunnen niet gespaard worden.

Oudere medewerkers
Oudere medewerkers hebben vanaf 57 jaar ook recht op extra uren. Tot 2015 bestond voor hen de BAPO-regeling. Deze 130 uur kunnen zij, net als de 40 uur die voor iedereen geldt, besteden aan hun duurzame inzetbaarheid. In hun normjaartaak worden deze uren opgenomen.
De oudere medewerker kan er ook voor kiezen om deze uren in dagdelen op te nemen als verlof. Dan moet over de 130 extra uren een eigen bijdrage worden betaald van 50% (tot en met schaal 8 40%). Bij ziekte blijft de eigen bijdrage gelden. In het tweede ziektejaar vervalt deze.
Heeft de school het basismodel, dan worden de verlofuren in mindering gebracht op de lesuren en overige werkzaamheden conform de verhouding 930/ 1659. In het overlegmodel staat het vrij hierover te overleggen.
Er is de mogelijkheid gedurende 5 jaar de uren op te sparen, zodat vanaf de leeftijd van 62 jaar, 5 jaar lang 340 uur kan worden opgenomen voor verlof. Ook dit moet schriftelijk worden vastgelegd en aangepast worden in de normjaartaak. In de 5 spaarjaren worden de duurzame inzetbaarheidsuren uit de normjaartaak gehaald en kunnen schooltaken worden uitgevoerd. In de 5 jaren daarna waarin wordt opgenomen, worden deze dubbele uren verwerkt in de normjaartaak.

Bespreektip:

Als afspraken gemaakt worden over het sparen van uren, zorg dan dat deze zowel in je personeelsdossier, je normjaartaak, als op het bestuurskantoor in de salarisadministratie en meerjarenpersoneelsplanning worden vastgelegd. Vraag daar zelf ook naar en check dit. Bij overgang van leidinggevende of administrateur wil het anders nog wel eens misgaan.

Professionalisering (hoofdstuk 9 CAO PO)

De cao schrijft voor dat werkgevers meerjarenbeleid moeten maken met betrekking tot scholing en professionele ontwikkeling. Daarnaast moet er een gesprekkencyclus zijn, waarin werkgever en medewerker afspraken maken over functioneren en professionaliseren en medewerkers hierop beoordeeld worden.
Medewerkers zijn zelf verantwoordelijk voor hun professionalisering en moeten werken aan het behouden van hun vakbekwaamheid. Ze doen dit door afspraken hierover te maken met hun leidinggevende. Professionalisering gaat zowel over individuele wensen als over door de werkgever opgedragen scholing.
Er moet per school een scholingsbudget zijn van tenminste € 500,00 per fte.
Medewerkers hebben recht op 2 uur per werkweek voor individuele professionalisering in hun normjaartaak. Deze uren kunnen aan scholing besteed worden. Als dit niet door de medewerker wordt ingezet, kunnen in overleg andere taken gedaan worden in deze uren.

Binnenkort komt er naast het schoolleidersregister ook een lerarenregister waarin elke leerkracht geregistreerd moet zijn en zijn bekwaamheid moet kunnen aantonen via doorlopende scholingsactiviteiten. Dit instrument is momenteel in ontwikkeling en is nog niet opgenomen in de cao.

Bespreektip:

Maak in het scholingsbeleid afspraken over hoeveel procent van de professionaliseringsuren door de werkgever mogen worden ingevuld. Als dit nul is, moet alle teamscholing worden opgenomen bij de schooltaken.
Deeltijders met een kleine werktijdfactor kunnen mogelijk niet alle teamscholing bijwonen, omdat er onvoldoende uren in de normjaartaak beschikbaar zijn. Maak dan afspraken over hoe men zal worden bijgepraat om voldoende aansluiting met het team te houden.

Zwangerschapsverlof (artikel 8 Regeling Ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs (ZAPO))

In de cao wordt verwezen naar de ZAPO. Hierin staat te lezen dat een medewerkster uiterlijk 10 weken voor de uitgerekende datum moet aangeven wanneer ze haar zwangerschapsverlof wil laten ingaan. Dit kan tussen de 4 en 6 weken voor de uitgerekende datum. In geval van ziekte als gevolg  van de zwangerschap geldt 6 weken. Gezien het vinden van een langdurige vervanging niet altijd even makkelijk is, is het aan te raden hier niet onnodig mee te wachten. Je werkgever hoort het graag eerder.
Vakantiedagen van schoolvakanties die in het zwangerschaps- en bevallingsverlof vallen, moeten door de werkgever gecompenseerd worden. Meestal gebeurt dit door ze toe te voegen aan de duur van het verlof. Dit geldt niet voor ingeplande studiedagen of werkdagen tijdens schoolvakanties. Deze gelden als werkdagen. Stel in het verlof van 16 weken valt de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie, waarin 2 studiedagen vallen, dan eindigt het bevallingsverlof 13 dagen later.

Bespreektip:

Wil je na je bevallingsverlof borstvoeding geven? Bespreek dit dan voor je zwangerschapsverlof vast met je leidinggevende, ook al weet je nog niet precies hoe je dit straks vorm wilt geven. Je leidinggevende kan hier dan vast over nadenken en oplossingen bedenken die jullie samen kunnen bespreken.
Je hebt wettelijk recht om, tot je kindje 9 maanden is, een kwart van je werkuren te voeden of te kolven. In de praktijk gaat het vaak om minder uren.
Wanneer en waar dit voeden of kolven plaatsvindt, gebeurt in overleg.
Zie voor meer informatie de website van de rijksoverheid

Ouderschapsverlof (artikel 8.19 t/m 8.21 CAO PO)

Een medewerker heeft naar rato van het dienstverband recht op 1040 uur ouderschapsverlof, waarvan bij 415 uur betaald verlof (55% loondoorbetaling). In de cao staat precies hoe dit berekend wordt.
De medewerker vraagt het ouderschapsverlof schriftelijk aan, ten minste acht weken voor de ingangsdatum van het verlof en onder opgave van de periode, het aantal verlofuren per week en de spreiding daarvan over de week. De werkgever neemt een beslissing over de aanvraag vier weken na ontvangst en kan in overleg gaan met de medewerker om de omvang of dagen te wijzigen. Vier weken voor de ingangsdatum van het verlof moet er een definitieve beslissing genomen worden en medegedeeld worden.
Als betaald ouderschapsverlof wordt opgenomen en men neemt ontslag binnen een jaar na de opname, dan moet men het ontvangen salaris over de verlofuren terugbetalen. Dit hoeft niet als je bij een andere onderwijsinstelling gaat werken.

Bespreektip:

Ga je aansluitend aan het ouderschapsverlof minder werken? Maak dan een berekening hoeveel uren betaald ouderschapsverlof je op kunt nemen, zonder dat je terug moet betalen. Je doet dit door uit te gaan van je nieuwe werktijdfactor en die verlofuren aan te houden.

Voorbeeld: een medewerker werkt fulltime wtf 1,0 en gaat terug naar wtf 0,5. Er kan dan 207 uur betaald ouderschapsverlof opgenomen worden zonder terugbetaling. Er moet 20 uur per week worden opgenomen om 0,5 te blijven werken, dus kan ruim 10 weken betaald verlof worden opgenomen, voordat de werktijdfactor van het dienstverband naar beneden wordt gebracht. Alleen voor werkdagen worden verlofuren opgenomen, dus niet tijdens vakanties, feestdagen, etc.

Salarisdoorbetaling bij ziekte (artikel 4 ZAPO)

Bij ziekte heb je als medewerker recht op betaling van je volledige salaris. Dit geldt gedurende het eerste jaar van ziekte. Als de ziekte langer duurt en het tweede ziektejaar start, dan geldt dat je recht hebt op 70% van je salaris.
Verricht je na het eerste ziektejaar werkzaamheden, ook al zijn dit dan niet je eigen werkzaamheden, maar zoals men dat noemt wenselijk geachte werkzaamheden, dan geldt over die gewerkte uren een betaling van 100%.

Tenslotte

Met bovenstaande uitleg hoop ik je kennis van de CAO PO te hebben vergroot. Laat het je behulpzaam zijn bij het bespreekbaar maken van de werkbelasting en jouw persoonlijke werkdruk.
Ik wil het artikel graag aanvullen met praktische en werkbare voorbeelden.
Heb jij een goed voorbeeld van hoe invulling gegeven kan worden aan de regels uit de CAO PO? Laat het me dan weten. Ik voeg ze graag toe.